Ruman

Het was als vallen -als het vallen in haar dromen, peilloos, oneindig. Maar dan omhoog, in een onmetelijk lichte donkerte. Alsof een onzichtbaar plafond in haar bínnenste binnenste zich opende. En nog een. En nog een. En… Een implosie van liefde. Alsof ze opsteeg in zichzelf, zichzelf ontsteeg, ineens inzicht kreeg in het leven zelf.

Een flits. IJle herfstlucht. Dwarrelende blaadjes, geel, roodbruin en goud, glinsterend getooid met wat nog restte van de regendruppels van de bui even daarvoor, uitbundig overgoten door triomfantelijke zonnestralen. Het beeld is bevroren: glorieuze confetti gevangen in de tijd, vederlicht, voor eeuwig vastgelegd in haar herinnering. Feilloos ditmaal. Het gevoel van de koude wind op haar wangen. Haar brandende hart. Het trillen van haar intens dankbare wezen. Ze stroomt over.

Een zoete geur vult haar neus. Zijn hand over haar mond. Vingers die iets tussen haar lippen duwen. De smaak van granaatappel op haar tong, de zaadjes geplet tegen haar tanden. Het plakkerige sap vermengt zich met een druppeltje bloed uit haar stukgebeten onderlip. Ze kauwt op de pitjes en voelt zich opgetild. Zijn geest vloeit diep in haar, daar waar hij zich verstijven kan. Overweldigend genot. Genade!

Zijn handen glijden langzaam van haar hals naar beneden, koel op haar warme huid. Ze huivert van verlangen. Weet zich bemind en begeerd; gewaardeerd en gerespecteerd. Weet ook: er zijn geen grenzen aan deze liefde, die zich op ieder denkbare manier zal uiten, een weg zal zoeken, ondergronds of bovengronds, of beide. Sluit haar ogen. Ze is wakker, zo wakker! En waakt over deze man en zijn welzijn, bewust. Wat is, is. Zo vrij als ze is, ze behoort hem toe.

 

Categories Verhalen | Stories
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close