Interview met Gnawa maalem Hamid El Kasri

Dsc01437 Dsc01397 Dsc01542

.

.

.

Dit interview kwam 28-03-2008 tot stand in Theater de Regentes te Den Haag, met dank aan Gustavo Pazos Conde, NPS producer, en Youssef Ghazi, impresario van Hamid El Kasri.

.

Interview: Salaheddin Ben Cherifa

Vertaling: Touria Agrandi

Bewerking: Daniëlle Dürst Britt

Foto’s: Daniëlle Dürst Britt

.

Aardig wat mensen in Europa zijn inmiddels bekend met Gnawa muziek, die diepe Marokkaanse wortels heeft. Hoe heeft die Gnawa muziek zich eigenlijk zo kunnen wortelen, en wanneer?

Sultan Moelay Ismail, die eind 17e, begin 18e eeuw de regio regeerde vanuit Meknes, haalde mensen van de Tagnawet stam als slaven uit zwart Afrika, om ze te gebruiken als soldaten. Ze waren één van vele stammen in dat gebied die op dergelijke wijze in Marokko terecht kwamen. De Marokkaanse heersers betrokken in principe slaven van elke stam, op basis van het feit dat zij als heersers de macht over heel zwart Afrika hadden. Toen de regeertijd van sultan Moelay Ismail voorbij was, verspreidden deze Tagnawet zich over heel Marokko; Fez, Meknes, Oujda, Essaouira, Marrakech, en Tanger. Zij namen hun eigen, streekgebonden muzikale tradities met zich mee; bijvoorbeeld de djballa en de tarab al-andalusi. Sommige Tagnawet vormden een muziekgroep, waarin ze bombrawiyen uitvoerden. Dat is een bepaald ritueel van zingen en dansen dat we nu nog gebruiken: dan zetten we bijvoorbeeld ’s avonds een dienblad met thee voor onze gasten neer die komen kijken, terwijl ze met elkaar over allerhande, daarmee samenhangende zaken spreken. Om terug te komen op de Tagnawet; toen de mensen uit die generatie Tagnawets in Marokko overleden, bleven hun kinderen en kleinkinderen in Marokko wonen. De stijl van de Tagnawet ontwikkelde zich tot een eigen muziekvorm, die naar zijn oorsprong tagnawe ofwel Gnawa heet. Tegenwoordig zingen vooral Moelay Abdelkader en Said El Wali deze stijl nog. Er is geen God dan Allah! Het is de belangrijkste muzikale basis die we in Marokko hebben.

.

Dus er is, om precies te zijn, geen enkele streek in Marokko die beschouwd kan worden als de enige echte Gnawa streek? In Spanje denken sommige mensen bijvoorbeeld bij het horen van bepaalde zigeunermuziek direct aan de regio van Sevilla.

Nee, want Gnawa muziek komt in heel Marokko voor; in Essaouira, Marrakech, Tanger, Asilah, Qasr, Meknes en Fez. De Tagnawet hebben hun stijlen overal in die streken achtergelaten. Gnawa is in feite een verzamelnaam voor hun rijke muziektraditie, en is afgeleid van de Agna-stam. Dit is wat ik er van weet, en wat ik ervan begrepen heb vanaf het moment dat ik een kind van zeven was. Ik heb het in deze vorm gezien, en ik heb er over gepraat met slaven. Wat ik je vertel, is wat zij mij hierover hebben verteld. Het is niet zo dat ik er onderzoek naar heb gedaan; maar ik heb me er wel wat in verdiept, in mijn jonge jaren. Oudere mensen vertelden mij bijvoorbeeld het verhaal van eerdergenoemde sultan Moelay Ismail, en spraken over Mansoer ad-Dahabi. Die twee mannen waren degenen die de Tagnawet als slaven naar Marokko haalden –en door hun toedoen heeft de muziek van de Tagnawet uiteindelijk een muzikale voet aan de Marokkaanse grond gekregen. Wat wij tegenwoordig doen, deden de eerste Tagnawet die in Marokko kwamen niet; die hielden hooguit een bombraweyin. We kunnen een Gnawa vers uit hun tijd zingen omdat die van generatie op generatie overgeleverd zijn, maar we begrijpen eigenlijk niet wat we dan zeggen. We hebben slechts geleerd dat we het zo dienen te zingen; maar wat bijvoorbeeld wangori wangori of marvoso betekent in hun oude taal, dat weten wij niet! Hun verzen zijn de verzen die zijzelf mee hebben genomen; ze hebben niet de acts overgeleverd die wij tegenwoordig ’s avonds laten zien. Die acts hebben zich later ontwikkeld.

.

Is er dan duidelijk sprake van bepaalde ontwikkelingen in bijvoorbeeld de kleding die Gnawa muzikanten dragen, en het materiaal ervan? Of in de vorm van de melodie en de lofdichten?

De ontwikkelingen binnen de Gnawa beïnvloedde alle onderdelen ervan. De trommels die wij gebruiken, de t’bal, die zijn nu versierd. Dat was vroeger niet het geval. De kleding van de gnawa was iets erfelijks; die bestond uit oude lappen of kleden die men derbal of qassaba noemde. Nu trekken we iets aan dat we zelf gepast vinden, en waarvan de stof versierd is. We kiezen echter wel voor een kleur die gerelateerd is aan de Gnawa; dat kan geel, rood, wit of zwart zijn. Het repertoire van de Gnawa is in de loop van de tijd ook veranderd. Nu zingen we bijvoorbeeld op een podium; dat was vroeger niet zo, toen werden Gnawa avonden in een informele setting georganiseerd. Soms hield men onderling feesten, maar die werden beschouwd als iets van het gewone volk. De Gnawa’s voerden jaren geleden vooral acts op, en brachten de nacht door met veel lawaai en vermaak. Nu is het meer wat wij doen: optreden bij festivals. De Gnawa’s worden tegenwoordig alom gewaardeerd om hun muziek: het werd eerder niet in die hoedanigheid erkend.

.

Toen ik klein was luisterde ik (Salaheddin Ben Cherifa) naar de bekende band Nas al-Ghewan. Ik herinner me dat sommige van hun ritmes mij deden denken aan Gnawa muziek waar ik mee bekend was. Niet alleen hun manier van zingen kwam me bekend voor in dat opzicht, maar ook de zawiya, het verschijnsel van spirituele broederschappen die bijeenkomen rond de begraafplaats van een heilige. Zijn er mensen die zeggen dat, als zij jullie Gnawa muziek horen, jullie daardoor bij een bepaalde broederschap zouden horen?

Het is niet raar dat je overeenkomsten hoort tussen de ritmes van de Nas al-Ghewan en de Gnawa’s. Nas al-Ghewan heeft namelijk veel zangritmes van de Gnawa’s overgenomen, omdat degenen die met Nas al-Ghewan samenwerkten zelf ook Gnawa’s waren. Toen de Gnawa zich ontwikkelde binnen de Marokkaanse gemeenschap heeft het zich alleen niet zo divers ontwikkeld dat je onderscheid kan maken tussen Gnawa uit het noorden en Gnawa uit Salé of Rabat. Maar er kan vaak wel enig onderscheid gemaakt worden op basis van het dialect dat wordt gebruikt tijdens de zang; of je nou uit Tanger, Rabat, Marrakech of Essaouira komt; je zingt altijd in de stijl van je dialect.

.

Wil dat zeggen dat u en uw gezelschap dan niet gebruik maken van een intima’, een bepaald symbool, waardoor men weet dat u uit een bepaalde streek komt of bij een bepaalde zawiya hoort?

Als je het mij vraagt komen wij allemaal uit dezelfde streek: we behoren uiteindelijk allemaal tot de stam van de Tagnawet. Gnawa is Gnawa; er bestaat geen wezenlijk verschil tussen Gnawa uit het noorden of zuiden. We zijn allemaal broeders van elkaar, en we komen bijeen in bepaalde seizoenen; dan maken we lol, en lachen we samen. Soms staat er bji zo’n bijeenkomst iemand op die spontaan tarh begint te doen, een bepaalde dans. En terwijl wij ons dan met hem vermaken, neemt de aanwezige Gnawa maâlem die tarh over. Gnawa is tegenwoordig een algemeen begrip, zowel in het binnenland als in het noorden. Maar iedereen weet wat de noorderlingen erover zeggen, en iedereen weet wat wij uit het binnenland erover zeggen: namelijk, dat het niet meer is wat het vroeger was.

.

Als u wordt gevraagd om te komen spelen tijdens een feest of iets dergelijks, is er dan vanaf het begin een duidelijke focus op het onderwerp dat centraal moet staan in dat wat u zingt?

Meestal gaat het over een speciale avond of nacht, zoals een belangrijke, heilige avond. Die wordt bezocht door vele mensen. Diegene die het regelt komt je vier, vijf à zes dagen van tevoren waarschuwen, om je te vertellen wanneer je als groep wordt verwacht. Je gaat dan die betreffende avond netjes gekleed naar die gelegenheid, zonder onder invloed te zijn van alcohol. Dat is de avond van djedba, een bepaalde Gnawa dansvorm, waarbij er veel wierook wordt gebrand. Die avond heeft haar eigen repertoire, en dat gaat door tot aan de dageraad.

.

Begrijp ik goed dat het repertoire dan dus niet ingaat op de jeugd van tegenwoordig of op wat er zich in de maatschappij afspeelt?

Ja, dat begrijp je goed. Het enige wat er gedurende deze nacht gebeurt, is dat de bezoeker van die avond door de Gnawa tot rust komt in zijn hoofd. Als hij die avond opstaat, dan is dat om te dansen. Dat doet hij omdat hij in een moeilijke situatie zit; hij danst om het te vergeten. Net zoals iedereen die Bob Marley hoort gaat dansen en zichzelf vergeet.

.

Als u de Gnawa zou categoriseren ten opzichte van de vele andere soorten Marokkaanse muziek, onder welke categorie zou u het dan plaatsen? En is er veel vraag naar?

Gnawa is zowel in Marokko geliefd als in andere landen, zoals in Europa. Mensen vermaken zich ermee, maar eigenlijk zonder dat ze echt begrijpen waar het nou over gaat. Dat zien we vooral tijdens onze concerten in het buitenland: het publiek kent doorgaans onze taal niet, zijn geen Marokkanen of Arabieren, maar proberen toch om er naar te luisteren en het te begrijpen. Ze zijn onder de indruk van de muziek en de zang zoals het op hen overkomt. In Marokko merken we dat ook. Als je in Marokko een klein kind vraagt of het weet wat Gnawa is, dan zegt hij; ‘Ja, ik heb de CD van Korret, en ik luister ernaar!’ Als je hem dan zou vragen om een stukje te zingen, dan zingt hij dat ook voor je –ondanks het feit dat hij klein is. Zo gaat het soms ook in het buitenland, God zij dank.

.

Dus het is niet muziek die speciaal is toegespitst op de oudere generatie?

Nee, Gnawa is algemeen. Het is een type muziek waarnaar men luistert om innerlijke rust te vinden. Mensen vinden het fijn om er naar te luisteren.

.

Maar wat betreft de mensen die naar Gnawa luisteren zonder de taal te begrijpen -en die dus niet weten wat er gezegd wordt; is het niet zo dat zij door het ritme beïnvloed raken, en op basis daarvan concluderen dat het wel iets religieus zal zijn?

Er zijn tegenwoordig verzen in omloop die heel rustig zijn, en waarin woorden voorkomen die aan God gerelateerd zijn. Als de luisteraar de taal niet begrijpt, maar alsnog de muziek zo begrijpt zoals jij het zegt, dan zou dus alleen de uitstraling van de muziek hem of haar al hebben kunnen inspireren tot een dergelijke gedachte.

.

Zingt u ook over zaken die betrekking hebben op wat er in de samenleving gebeurt, of over recht en onrecht?

Nee, dat is niet gebruikelijk in de symbooltaal van de Gnawa. We mengen ons niet in dat soort zaken. We zingen vooral over de aard van goedheid en over goede mensen die ooit in Marokko leefden maar daar niet zo bekend zijn. We eren hen op die wijze. We halen er liever geen zaken bij die ooit door onze voorvaderen uit Afrika zijn ingebracht maar die ons tegenwoordig niets meer zeggen, alhoewel we soms verzen zingen die we niet begrijpen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat we vargo vargo siyi marvo siyi zingen, terwijl we geen idee hebben wat het betekent. Aangezien er nooit iets over is opgetekend, weten we niet waar die woorden op slaan, en hoe ze precies uitgesproken dienen te worden.

.

Kunt u ons zeggen of er een verband is tussen soefisme en Gnawa?

Binnen het soefisme vind je veel spirituele muziek; Gnawa is zelf ook een en al spiritualiteit. Dat is het enige verband; en daarin zit eigenlijk geen verschil. Het ene ligt besloten in het andere. Als je bijvoorbeeld een muzikant uit Gnawa kringen zou vragen om te komen spelen, of het nou een gitarist of een saxofonist is, wat zou hij dan doen? Dit: hij doet iets uit zijn hoofd. Hij heeft geen richtlijnen waaraan hij zich moet houden, tegenover het publiek. Hij doet iets uit zijn hoofd, op basis van hoe hij zich voelt. En hoe noemen we dat meestal? Dat noemen we spiritueel. Misschien verlangt het repertoire dat we vanavond spelen dat ik bepaalde woorden niet zing. Misschien zing ik vandaag gormoso, maar morgen tijdens het eerste deel van de avond het bekende Abdelkader en in het tweede deel dijlali. Dat is gebaseerd op de aard van de ingeving die je op het moment van je handelen of optreden ervaart. Dat vind je ook terug bij het soefisme.

.

Zijn er dan ook bepaalde zaken waarover niet gezongen mag of dient te worden? Of zijn er bepaalde voorwaarden waaraan een Gnawa optreden moet voldoen? Het zal vast niet bedoeld zijn als een avondje puur vermaak. Er is een bepaalde uitdrukking in dialect waarin men zegt: ‘We zingen niet met volkszangeressen.’

Er zijn inderdaad bepaalde regels. Als het een Gnawa avond is waarbij ook wierrook wordt gebrand, dan heeft geen enkele volkszanger of volkszangeres er ook maar iets mee te maken. Gnawa blijft Gnawa: de avond is in principe zo georganiseerd dat het een echte Gnawa avond wordt. Maar soms, zoals ik al eerder zei, zie je de invloed van bepaalde ontwikkelingen ook terug in de Gnawa. Tegenwoordig kan het voorkomen dat we worden gevraagd om op te treden tijdens galafeesten; dan bijvoorbeeld niet allen wij daar aanwezig, maar ook een aantal volkszangeressen. Dan treden zij als eerste op, en daarna wij, met alles er op en er aan. Alles verloopt dan goed, maar we maken dan geen gebruik van wierrook of iets dergelijks, en de vrouwen dragen geen hoofddoeken.

.

Dus als het doel religieus of spiritueel is, dan gelden er speciale regels; en als het doel wereldlijk vermaak is, idem dito?

In het eerste geval; ja. Maar in het laatste geval zijn er eigenlijk geen regels; alle deuren staan dan open.

.

Zijn er bepaalde gebruiken of rituelen die u in ere houdt, voordat u begint met een optreden? Is er in uw gezelschap bijvoorbeeld een bepaalde volgorde om het podium op te lopen? Of dat u als eerste bepaalde dingen doet, en daarna pas de andere muzikanten?

Wij geloven in Allah; verheven en geprezen is Hij. We beginnen alles altijd met bismillah; in de naam van Allah, en we vragen de zegening van onze ouders. We hopen dat God ons bijstaat. Maar uiteindelijk ligt onze lotsbestemming vast. Bij de voorbereidingen weet iedereen wat zijn taak is; en tegelijkertijd is iedereen op dat moment bezig met zijn innerlijk. We komen op, doen wat wij behoren te doen, en dat was het. Wat betreft de volgorde van dingen doen; daar zit zeker iets achter. Dat zijn zaken die vallen onder ons vakmanschap. Als ik opga, dan moet ik als eerste zingen; dan pas volgen zij mij.

.

Toen u zo’n jaar of zeven was, een jonge jongen nog, begon uw muzikale opleiding al bij diverse Gnawa meesters. Wat betekende die muziek voor u op die leeftijd?

De Gnawa was voor mij als een grote liefde. Bij ons in de buurt was een zawiya, en ik zag veel zwarte slaven. De man van mijn oma was eigenlijk mijn eerste Gnawa meester. Je kunt stellen dat ik ben opgegroeid in die zawiya, met de Gnawa in mijn oren; dat heeft mijn ogen er ook voor geopend. Mijn vader vond echter dat ik moest gaan studeren, terwijl ik me liever bezig wilde houden met de Gnawa. Zoals je ziet is het uiteindelijk toch Gnawa geworden!

.

U zag daar dus geen ander doel in dan die traditie voort te zetten?

Het bijdragen en voortzetten van de Gnawa was het enige waar mijn hart naar verlangde. God heeft me dit beroep gegeven; en ik heb het met beide handen aangepakt. Ik heb heel veel Gnawa’s gezien, zowel in het noorden als in het zuiden. De Gnawa traditie brengt je naar vele streken, slechts om het goed te leren. Je ontwikkelt je muzikaliteit namelijk bij verschillende Gnawa meesters; je ontvangt lessen van de ene meester na de ander. Dit is een bijzonder proces om mee te maken. Soms dacht ik wel eens dat het leren beheersen van Gnawa net zoiets is als in militaire dienst gaan! Vanaf mijn zevende tot nu, zo’n 48 à 49 jaar, woon ik zoals de Gnawa’s al heel lang doen; ik trek steeds rond. Maar deze traditie heeft mij, en anderen met mij, heel veel gebracht. We zijn bijvoorbeeld naar plaatsen afgereisd waar andere mensen niet zomaar zouden komen, en we komen op plaatsen waar alleen rijke lieden komen omdat zij naar Gnawa willen luisteren. Op die manier hebben we onze toekomst opgebouwd, God zij dank. Zo gaan we verder, en we zien wel waar we uit zullen komen.

.

Heeft uw grootvader in die hoedanigheid invloed op uw persoonlijke leven uitgeoefend?

Jazeker. God zij dank heb ik er geen spijt van, maar ik heb door hem geen onderwijs genoten. Door hem ben ik wel een rasvertegenwoordiger van de Gnawa traditie geworden. Mensen zeggen soms dat als God je hersenen heeft gegeven, terwijl je geen beroep uitoefent in het leven of in de gemeenschap waarin je leeft, je als mens je er toch bewust van kan zijn wat je dan wel doet -God zij dank. Maar ik zou altijd nog nieuwe dingen kunnen leren. Bepaalde zaken heb ik door mijn gebrek aan onderwijs misschien niet kunnen bereiken, en soms doet dat besef me ergens pijn; maar ik laat me er niet door uit het veld slaan. Ik ben wie ik ben.

.

U bent inmiddels een bekende gnawa maâlem, een Gnawa meester. Koestert u nog bepaalde wensen of dromen die u zou willen verwezenlijken binnen de kringen van de Gnawa muziek?

Laat ik zeggen dat ik werk, en mijn best doe, om mijn eigen stijl binnen de Gnawa traditie te creëren; om mijn eigen melodie te scheppen, en mijn eigen woorden te kiezen. God zij dank ben ik al bezig om dit ‘project’ te realiseren. Als God het wil, hoop ik hetzelfde te bereiken als die mensen die een wereldse macht hebben.

.

Wat zou de droom zijn van de man Hamid El Kasri, in plaats van de muzikant Hamid El Kasri?

Mijn persoonlijke droom en mijn wens is dat ik in dit leven goed mag werken; dat ik mag leven onder de beste omstandigheden; dat ik mezelf goed mag ontwikkelen. Maar bovenal dat ik goed mag leven, totdat ik dood ga.

.

.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close